Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
job’had aangenomen om iemand neer te schieten, waarbij [medeverdachte] opereerde als ‘
driver’(de rechtbank begrijpt: autobestuurder). De schutter zou tegen betaling van € 2.000.- een persoon in zijn been schieten. Daarnaast blijkt ook uit een schermafbeelding van een Snapchatbericht, aangetroffen in de telefoon van de verdachte, dat de eigenaar van het Snapchataccount ‘ [account] ’ op 1 februari 2025 aan een ander vraagt of diegene iemand heeft voor ‘
legday’(de rechtbank begrijpt: om iemand in diens benen te schieten).
[naam 1] ’s verklaringen over de omstandigheid dat [bijnaam] zich wel in Slowakije begaf, vinden ten slotte steun in onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat de verdachte vanaf
9 februari 2025 in Bratislava (Slowakije) is geweest.
(vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309 en HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:672).
één ofmeer tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 1 januari 2025 tot en met 5 februari 2025 te Den Haag en
/ofRotterdam
, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,heeft gepoogd om [naam 2] en
/of[medeverdachte] en
/of[naam 1] , door
(een
)gift en
/ofbeloften en
/ofbedreiging en
/ofdoor het verschaffen van gelegenheid
,middelen en
/ofinlichtingen te bewegen om een onbekend gebleven persoon opzettelijk en met voorbedachte rade
vanzwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door aan die [naam 2] en/of [medeverdachte] en/of [naam 1]
(onder meer)- een (groot) geldbedrag
te betalen en/ofin het vooruitzicht te stellen en
/of- één
of meervuurwapen
(s)en
/oféén
of meervoertuig
(en), althans éénof meer goederen,in het vooruitzicht te stellen en/of ter beschikking te stellen en
/of- een notitie met daarop informatie betreffende en
/often behoeve van het uit te voeren strafbare feit in het vooruitzicht te stellen en
/ofter beschikking te stellen;
of omstreeksde periode van 1 januari 2025 tot en met 5 februari 2025 te Den Haag en
/ofRotterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,een ander, genaamd [naam 2] (geboren op [geboortedatum 2] 2008), terwijl die [naam 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
/hebbengeworven
, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,met het oogmerk van (criminele) uitbuiting van die [naam 2] , terwijl die [naam 2] de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt (sub 2), immers heeft
/hebbenhij, verdachte
en/of zijn mededader(s), (meermalen)- die [naam 2]
via Snapchat en/ofop straat benaderd met de opdracht om iemand in zijn been te schieten en
/ofhem een vuurwapen aangeboden om deze opdracht uit te voeren en
/ofde ontvangst van geld (2.000 euro) in het vooruitzicht gesteld bij het uitvoeren van de opdracht en
/of- die [naam 2] instructies (waar hij naartoe
moestgaan) gegeven en
/of laten geven en/of- het vervoer van die [naam 2] van en naar de locatie van het schieten (Rotterdam) geregeld en
/of laten regelen;
- die [naam 2] een wapen (Glock) gegeven
en/of laten geven;
één ofmeer tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 12 mei 2025 tot en met 14 mei 2025 te
Koog aan de Zaanen/of
inNoord-Holland, in elk geval in Nederland,
of meerander
en, althans alleen,(telkens) opzettelijk één
of meermiddel
(en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II
en/of lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,te weten (twee honderd gram) rosin
en/of resin, zijnde hennep en/of hasjiesj en/of hennepolie, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
Er is echter geen aanwijzing dat de verdachte zelf direct invloed heeft gehad op wat er op dat moment is gebeurd. Het overlijden van [naam 2] is daarom voor de rechtbank geen factor geweest bij het bepalen van de strafmaat.
7.De vordering van de benadeelde partijen
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
- 45, 46a, 47, 55, 57, 273f en 303 van het Wetboek van Strafrecht;
- 3 en 11 van de Opiumwet.
10.De beslissing
zes (6) JAREN;
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk één of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II en/of lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten (twee honderd gram) rosin en/of resin, zijnde hennep en/of hasjiesj en/of hennepolie, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, in elk geval aanwezig heeft gehad.