ECLI:NL:RBDHA:2026:16298
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onevenredige hardheid bij overdracht aan Frankrijk
Eiseres, een Marokkaanse alleenstaande moeder met drie minderjarige kinderen, diende op 6 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat zij eerder een Schengenvisum van Frankrijk had. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling en wees op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het ontbreken van concrete risico's bij overdracht.
Eiseres voerde aan dat het claimverzoek onvolledig was, dat Frankrijk onvoldoende opvang biedt, en dat zij en haar kinderen kwetsbaar zijn vanwege huiselijk geweld en medische problemen. De rechtbank oordeelde dat het claimverzoek voldoende informatie bevatte en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet was weerlegd. Ook was onvoldoende aangetoond dat kwetsbare Dublinclaimanten een verhoogd risico lopen op schending van artikel 4 Handvest Pro.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder het beroep op bijzondere individuele omstandigheden en de belangen van de kinderen onvoldoende had meegewogen, waardoor sprake was van een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. De medische situatie van eiseres en haar jongste kind was bovendien niet volledig betrokken bij het besluit. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de belangen van eiseres en haar kinderen.