ECLI:NL:RBDHA:2026:16149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- E.C. Harting
- Y.E. Schuurmans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging EU-verblijfsrecht wegens gevaar voor openbare orde na drugsdelicten
Eiser, met de Turkse nationaliteit, had rechtmatig verblijf in Nederland als ouder van minderjarige Nederlandse kinderen op grond van EU-recht. Verweerder beëindigde dit verblijfsrecht en legde een inreisverbod van tien jaar op vanwege meerdere veroordelingen voor ernstige drugsdelicten en andere strafbare feiten.
Eiser voerde aan dat er onterecht verblijfsgaten waren aangenomen en dat zijn delicten onvoldoende ernstig waren om het verblijfsrecht te beëindigen. Ook stelde hij dat hij niet gehoord was terwijl hij daarom had verzocht. De rechtbank oordeelde dat eiser ten minste drie keer was veroordeeld en dat de totale onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer was dan veertien maanden, waardoor de glijdende schaal van toepassing was.
De rechtbank vond dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde, mede vanwege recidive en het niet nemen van verantwoordelijkheid. De hoorverplichting was terecht niet nagekomen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het EU-verblijfsrecht en oplegging van het inreisverbod bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het EU-verblijfsrecht en het opleggen van een tienjarig inreisverbod wordt ongegrond verklaard.