ECLI:NL:RVS:2023:4011
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende hoorplicht en belangenafweging
De vreemdeling, geboren in Nederland en houder van de Marokkaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als gezinslid. De staatssecretaris trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 1 december 2016 en vaardigde een inreisverbod uit, vanwege een onherroepelijke veroordeling tot veertien maanden gevangenisstraf.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door de staatssecretaris werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de staatssecretaris ten onrechte heeft afgezien van het horen van de vreemdeling in bezwaar, terwijl dit gezien zijn in Nederland geboren zijn en de verstrekkende gevolgen van de intrekking noodzakelijk was. Hierdoor is geen zorgvuldig onderzoek naar de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro verricht. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor de uitspraak en besluiten worden vernietigd.
De staatssecretaris dient nieuwe besluiten te nemen waarbij de vreemdeling eerst wordt gehoord en daarna een nieuwe belangenafweging plaatsvindt. Tevens kent de Afdeling een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim drie maanden, en veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht en een zorgvuldige belangenafweging bij intrekking van verblijfsvergunningen, zeker bij personen die in Nederland zijn geboren en langdurig verblijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten en uitspraak worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe besluitvorming na hoorzitting.