Uitspraak
RECHTBANKDEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] ,
de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Ugandese asielzoekster, diende op 20 januari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze niet in behandeling omdat Slovenië verantwoordelijk zou zijn, gezien het visum dat eiseres van Slovenië had ontvangen. Eiseres betwistte dit en stelde dat de minister onterecht vertrouwde op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er volgens recente rapporten ernstige tekortkomingen zijn in de opvang en asielprocedure in Slovenië.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat Slovenië nog steeds aan zijn internationale verplichtingen voldoet. Het aangehaalde AIDA-rapport uit juli 2025 toonde aan dat Dublinclaimanten in Slovenië tot twintig dagen geen toegang hebben tot volledige opvangvoorzieningen, wat een structureel tekort is dat een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro inhoudt.
De minister kon niet overtuigend aantonen dat deze tekortkomingen niet structureel zijn. De rechtbank stelde vast dat het motiveringsgebrek in het besluit leidt tot vernietiging van het besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de opvangvoorzieningen in Slovenië.