ECLI:NL:RVS:2026:120
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overdrachtsbesluit aan Slovenië wegens schending hoorplicht
De minister van Asiel en Migratie nam op 6 augustus 2024 een besluit tot overdracht van appellant aan Slovenië. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de minister appellant had moeten horen voordat zij het zelfstandige overdrachtsbesluit nam, omdat dit vereist is op grond van artikel 4 van Pro het EU Handvest. Dit is niet gebeurd, waardoor het besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen. De Afdeling vernietigt daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Desondanks laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat appellant inmiddels op 20 december 2024 aan Slovenië is overgedragen en het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog geldt. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het overdrachtsbesluit aan Slovenië wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.