ECLI:NL:RBDHA:2026:15484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en proceskostenvergoeding in vreemdelingenrechtelijke zaak
Eiser, een derdelander uit Oekraïne, kreeg van verweerder een terugkeerbesluit opgelegd. Het beroep tegen het besluit van 7 februari 2024 is niet-ontvankelijk omdat dit besluit is ingetrokken. Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 17 juli 2025 is ongegrond. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen en dat het terugkeerbesluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank toetst ex-tunc en concludeert dat verweerder terecht het terugkeerbesluit heeft genomen, ook gelet op het ontbreken van een verblijfsvergunning en het niet aannemelijk maken van een risico op schending van het non-refoulementbeginsel of het recht op gezinsleven. De door eiser overgelegde bewijsstukken zijn onvoldoende om een samenwoonrelatie aan te tonen.
Verder is verweerder verplicht om eiser in het Schengen Informatie Systeem (SIS) te registreren bij oplegging van het terugkeerbesluit. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan eiser wegens het terecht instellen van beroep tegen het ingetrokken besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het besluit van 17 juli 2025 is ongegrond en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.