Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse vreemdeling geboren in 2006, kreeg op 13 april 2026 een overdrachtsbesluit opgelegd om te worden overgedragen aan Bulgarije op grond van de Dublinverordening. Uit Eurodac bleek dat eiser al in Bulgarije een asielaanvraag had ingediend. Eiser betwistte het besluit omdat hij niet was gehoord en er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvang in Bulgarije, wat een reëel risico op onrechtmatige behandeling inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder eiser niet voorafgaand aan het overdrachtsbesluit in de gelegenheid had gesteld zijn bezwaren kenbaar te maken, zoals vereist op grond van artikel 4 van Pro het Handvest en eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het vertrekgesprek vond pas na het besluit plaats en was onvoldoende om te spreken van een behoorlijke hoorplicht.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het overdrachtsbesluit aan Bulgarije wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht.