ECLI:NL:RBDHA:2026:13118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit gezinshereniging asielvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn echtgenote en vijf kinderen. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 4 december 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 4 juni 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. De ingebrekestelling vond plaats op 3 juli 2025, waarna het beroep op 29 augustus 2025 tijdig werd ingesteld. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de complexiteit van aanvragen gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, is een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend. De rechtbank legt een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een reeds verbeurde dwangsom af, omdat de nieuwe wetgeving dit uitsluit. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 19 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn en dwangsom op aan de minister.