Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11684

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2604485:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating en eerdere ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Tijdens de zitting op 20 maart 2026 werd vastgesteld dat de schuldenaar te goeder trouw was en dat een buitengerechtelijke schuldregeling niet haalbaar was vanwege onduidelijkheid over de schuldenlast en wisselingen in beschermingsbewind.

De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar aan alle toelatingseisen voldoet en wees het verzoek tot toelating toe. Tevens werd het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen gehonoreerd, waarbij de termijn van de regeling werd vastgesteld op achttien maanden vanaf 1 januari 2026, de datum waarop de eerste aflossing in het minnelijk traject plaatsvond.

De rechtbank stelde vast dat gedurende de eerste dertien maanden een postblokkade geldt en benoemde een rechter-commissaris en bewindvoerder. Tevens werd bepaald dat alle gelegde beslagen komen te vervallen en dat de bewindvoerder een voorschot op vergoeding mag nemen zolang de regeling loopt en de boedel toereikend is.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 en bevatte tevens informatie over de mogelijkheid tot hoger beroep tegen de vastgestelde ingangsdatum.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 voor een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
Rekestnummer: NL:TZ:2604485:R-RK
vonnis van 25 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1981,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wijst dit verzoek toe. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 20 maart 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden.
Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker] ;
- mevrouw [naam 1] namens de gemeente Den Haag;
- mevrouw [naam 2] , beschermingsbewindvoerder (Zon Administraties & Bewindvoering).

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2
Volgens de schuldhulpverlener is [verzoeker] buiten zijn toedoen drie keer
van beschermingsbewindvoerder gewisseld. Er is geen duidelijkheid te krijgen over de
schuldenlast. De huidige beschermingsbewindvoerder heeft de haar bekende schuldeisers aangeschreven. Het gaat om veel oude schulden, die deels bekend waren bij de voormalige curator maar deels ook niet. In het faillissement is het nooit tot een verificatie van de schulden gekomen. Van negen schuldeisers heeft de schuldhulpverlener geen enkele reactie gehad. Andere schulden bleken te zijn doorverkocht, terwijl de nieuwe schuldeisers niet te achterhalen zijn. Ook schuldeisers die niet bekend waren bij de curator hebben zich nog gemeld. Onder deze omstandigheden is het naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk dat het niet mogelijk is om tot een succesvolle buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
2.3.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.4.
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.5.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan.
De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker] .
2.6.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.7.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.8.
[verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 1 januari 2026.
2.9.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen.
Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag/ontbrekende afdrachtcapaciteit.
2.10.
[verzoeker] werkt fulltime. De Vtlb-berekening inzake het eerste halfjaar van
2026 is pas vastgesteld op 17 februari 2026, maar [verzoeker] heeft met
terugwerkende kracht conform die berekening maximaal afgelost. De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 1 januari 2026 begint te lopen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1981,
wonende te [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 1 januari 2026;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt, en tot bewindvoerder:
M. Zomerdijk (Sociaal.nl Schuldsanering B.V.), postbus 845 te (1440 AV) Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met R. Becker, griffier.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.