ECLI:NL:RBDHA:2026:11605
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel vertrek wegens onvoldoende aantonen ontoegankelijke medische zorg in Egypte
Eiser, een Egyptische vreemdeling die al 40 jaar in Nederland verblijft, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege noodzakelijke medische zorg die hij in Egypte niet zou kunnen ontvangen. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond. Eiser ging in beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de noodzakelijke medische zorg in Egypte feitelijk niet toegankelijk is. Eiser overwoog dat hij geen aanspraak kan maken op een zorgverzekering of pensioen in Egypte, maar kon dit niet concreet onderbouwen. De rechtbank volgde de jurisprudentie van het Paposhvili-arrest en stelde dat eiser zijn individuele situatie voldoende moet aantonen, wat niet is gebeurd.
Daarnaast stelde eiser dat handhaving van het terugkeerbesluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro (recht op privéleven), vanwege zijn lange verblijf in Nederland en kwetsbaarheid. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en zag geen belemmering voor handhaving van het terugkeerbesluit.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht van het horen van eiser in de bezwaarfase heeft afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wegens ontoegankelijke medische zorg wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.