Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Soedanese derdelander die tijdelijke bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van 7 februari 2024 en een vervangend besluit van 4 augustus 2025 waarin zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd. Eiser betwistte deze besluiten en voerde aan dat hij niet kon terugkeren naar Soedan vanwege een reëel risico op ernstige schade, zoals bedoeld in artikel 3 EVRM Pro, en dat verweerder voorafgaand aan het terugkeerbesluit een actuele non-refoulement beoordeling had moeten maken.
Verweerder stelde dat het rechtmatig verblijf van eiser op 4 maart 2024 was geëindigd en dat er geen verplichting bestond om een non-refoulement toets te verrichten bij het terugkeerbesluit. Ook werd de relatie van eiser met een partner die nog tijdelijke bescherming geniet niet als duurzaam erkend wegens tegenstrijdige verklaringen en gebrek aan bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit niet zorgvuldig was voorbereid omdat geen geactualiseerde beoordeling van het non-refoulementbeginsel had plaatsgevonden, in strijd met artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn en relevante jurisprudentie van het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en moest het worden vernietigd.
De rechtbank zag geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Het beroep werd gegrond verklaard en eiser werd in de proceskosten van €1868 tegemoetgekomen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 11 mei 2026 door rechter M.L. Weerkamp.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een recente non-refoulement beoordeling, het beroep wordt gegrond verklaard en proceskosten worden toegewezen.