ECLI:NL:RBDHA:2026:11460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 7 juli 2025 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd aan eiser, een Georgische vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft op 20 maart 2026 het beroep behandeld en beoordeeld of het terugkeerbesluit en het inreisverbod rechtmatig zijn.
De rechtbank constateert dat eiser geen gronden heeft aangevoerd tegen het terugkeerbesluit en dat de minister een zorgvuldige refoulementbeoordeling heeft gemaakt die de toets kan doorstaan. Er is geen bewijs dat de situatie sindsdien is gewijzigd, zodat het terugkeerbesluit terecht is uitgevaardigd.
Eiser betoogde dat het inreisverbod van twee jaar disproportioneel is en een onrechtmatige inperking vormt van zijn recht op vrije verplaatsing zoals neergelegd in artikel 13 UVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat de minister geen bijzondere omstandigheden heeft ontvangen die een beperking van het inreisverbod rechtvaardigen. De minister heeft het inreisverbod terecht opgelegd en de duur van twee jaar is niet onredelijk.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat het fundamentele recht van eiser op vrije verplaatsing niet disproportioneel is beperkt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.