Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
4 september 2025 te beëindigen, slaagt niet. In de uitspraken van 23 april 2025 heeft de Afdeling bevestigd dat de tijdelijke bescherming (van rechtswege) op 4 maart 2024 is geëindigd. Dat eiseres daarna nog gebruik heeft gemaakt van de rechten van de Richtlijn komt omdat de gevolgen van het stoppen van de tijdelijke bescherming zijn bevroren als gevolg van de gestelde prejudiciële vragen. Deze bevriezing houdt echter niet in dat de tijdelijke bescherming is verlengd, maar enkel dat een betrokkene nog feitelijk mag gebruikmaken van de rechten die hij onder de tijdelijke bescherming had. Dit is niet meer dan een (tijdelijke) opschorting. [11] De rechtbank verwijst ter vergelijking in dit verband naar het arrest Gnandi van 19 juni 2018. [12] Daaruit volgt dat het recht om een rechtsmiddel in een verblijfsrechtelijke procedure op het grondgebied af te wachten niet maakt dat de betrokkene niet ‘illegaal’ is in de zin van de Terugkeerrichtlijn.