ECLI:NL:RBDHA:2026:10995
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië onder Dublinverordening
Eiser diende op 1 november 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die de minister op 24 maart 2026 niet in behandeling nam omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser betoogde dat hij als bijzonder kwetsbaar moet worden aangemerkt op grond van het arrest Tarakhel, vanwege psychische problematiek en medicatiegebruik, en dat de minister individuele garanties had moeten vragen aan Kroatië.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete en objectieve gegevens heeft aangeleverd om dit te weerleggen. Het GZA-rapport toont psychische klachten, maar geen zodanige kwetsbaarheid dat individuele garanties noodzakelijk zijn. Ook het beroep op het arrest C.K. faalt omdat geen medische stukken zijn overgelegd die een reëel risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand aantonen.
Verder is de minister niet gehouden een BMA-onderzoek te laten verrichten. De minister heeft de persoonlijke omstandigheden van eiser voldoende betrokken en mag ervan uitgaan dat Kroatië adequate opvang en zorg biedt. De gestelde afhankelijkheid van een broer in Nederland is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.