Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: J. Sánchez Rhemrev).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Werkinstructie 2024/6
De tegenwerping van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw
Iedereen behoort tot deze cult. Iedereen, docenten, politie, iedereen is betrokken bij de Black Axe. Je weet niet waar je naartoe moet gaan om te klagen” (pagina 14). Deze verklaringen zijn strijdig met hetgeen volgt uit het AAB december 2009. Hieruit volgt dat het om studentengenootschappen gaat en dat slechts een klein deel van de studenten in Nigeria is aangesloten bij een cultgroep zoals de Black Axe. Ook volgt niet uit het AAB dat een groot deel van de docenten en de politie bij de cult zijn aangesloten. Verder heeft de minister mogen overwegen dat de verklaringen van eiser over de problemen die hij zou hebben ondervonden in Italië door de Black Axe, oppervlakkig en algemeen zijn. Zo heeft eiser geantwoord, op de vraag hoe eiser weet dat de Black Axe achter het incident in de nachtclub zat: “
Omdat ik in de stad verbleef waar Black Axe mensen waren. Ze wisten heel goed dat ik degene was die nog niet de opdracht vervuld had terwijl ik wel een lid was. Ze hadden allemaal contact met elkaar” (nader gehoor, pagina 25). Daarnaast heeft de minister, anders dan eiser stelt, mogen betrekken dat eiser tijdens het gehoor met de AVIM als reden voor zijn asielaanvraag niets heeft gezegd over de Black Axe. Eiser heeft tijdens dat verhoor uit eigen beweging een toelichting gegeven op de reden van zijn vertrek uit Nigeria die afwijkt van wat hij later heeft verklaard en waarin hij niets heeft gezegd over de Black Axe. Volgens vaste jurisprudentie moet de minister namelijk, in het kader van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling, alle door een vreemdeling afgelegde verklaringen, dus ook de tegenover het AVIM afgelegde verklaringen, in onderlinge samenhang bezien.2. De beroepsgrond slaagt niet.
hierdoorbij de minister twijfel is ontstaan aan de geloofwaardigheid van het relaas van eiser. Ook heeft de minister dit tijdens de zitting onvoldoende kunnen motiveren en heeft de minister er enkel op gewezen dat een vreemdeling zich in beginsel binnen 48 uur dient te melden en dat melden na een maand, te laat is. Ook heeft de minister de betekenis van de tegenwerping gerelativeerd door op te merken dat het “slecht denkbaar is dat een late melding
op zicheen grond kan zijn voor afwijzing”. Het bestreden besluit bevat hiermee een motiveringsgebrek.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 januari 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.