Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 oktober 2025 van [eiser] met producties EP1 tot en met EP20;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Clingendael van 10 december 2025 met producties GP1 tot en met GP39;
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiser] van 21 januari 2026 met producties EP21 tot en met EP26;
- de op 27 februari 2026 door Clingendael overgelegde aanvullende producties GP40 tot en met GP44;
- de akte houdende overlegging aanvullende productie EP27 (kostenstaat) van [eiser] van 6 maart 2026;
- de op verzoek van de rechtbank op 9 maart 2026 door [eiser] overgelegde nieuwe versies van de producties EP6, EP14 en EP15;
- de akte houdende overlegging aanvullende productie en tevens houdende akte verandering/wijziging/precisering van de grondslag(en) van de eis van Clingendael van 12 maart 2026 met productie GP45 (kostenstaat), waarin zij haar eis heeft gewijzigd in die zin dat zij in conventie en reconventie een proceskostenvergoeding vordert ex artikel 1019h Rv
- het op 13 maart 2026 ingediende bezwaar door [eiser] tegen de door Clingendael overgelegde productie GP45 en de eiswijziging;
- de akte houdende overlegging aanvullende productie EP28 (aanvullende kostenstaat) van [eiser] van 13 maart 2026;
- de door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen.
2.De feiten
€21,450 overall. In addition to this, a lumpsum amount of
€11,000will be provided to sustain a network of local consultants. […]
milestones’). Dit betaalschema is bij addendum van 24 maart 2023 gewijzigd. Het addendum bepaalt, voor zover relevant, als volgt:
no payments will be made […] until intros are made or this point is solved.” Clingendael heeft vervolgens de factuur van [eiser] van 30 december 2024 voor een bedrag van € 7.000,- met betrekking tot de vierde mijlpaal van de opdrachtovereenkomst 2024 (zie 2.5 hiervoor) niet betaald.
3.Het geschil
- Auteursrecht: de door [eiser] aan Clingendael gerapporteerde nieuwsfeiten zijn uitsluitend kenbaar via de ten behoeve van Clingendael opgestelde rapporten. Deze rapporten (en dus de daarin beschreven nieuwsfeiten) zijn auteursrechtelijk beschermd; uit de specifieke vormgeving en de beschrijving van de daarin opgenomen incidenten blijkt dat vrije en creatieve keuzes zijn gemaakt, die de persoonlijkheid van [eiser] weerspiegelen. Dit auteursrecht is op grond van artikel 9 van Pro de opdrachtovereenkomsten aan Clingendael overgedragen. Op dit auteursrecht heeft [eiser] met het opstellen en publiceren van het KAS-rapport inbreuk gemaakt. In het KAS-rapport zijn immers de creatieve elementen van de ten behoeve van Clingendael opgestelde rapporten op een herkenbare wijze overgenomen.
- Bedrijfsgeheimen: de informatie die [eiser] op grond van de opdrachtovereenkomsten aan Clingendael heeft gerapporteerd moeten worden aangemerkt als bedrijfsgeheimen in de zin van de Wbbg. [eiser] heeft deze bedrijfsgeheimen, zonder toestemming van Clingendael, gebruikt in het KAS-rapport en daarmee onrechtmatig gebruikt en openbaar gemaakt.
- Databankenrecht: de verzameling van incidenten die aan Clingendael zijn gerapporteerd kunnen worden aangemerkt als een databank in de zin van artikel 1 sub a Dw Pro. [eiser] heeft zonder toestemming van Clingendael (substantiële delen van) de inhoud van de databank opgevraagd en hergebruikt door de gegevens op te nemen in het KAS-rapport.
- Schadevergoeding: [eiser] is een bedrag van € 46.050,- aan schadevergoeding verschuldigd:
4.De beoordeling
All rights of usage, including all secondary rights, applying to the services and reports specified in §1 of this contract will be the property of the Clingendael Institute’. Uit deze bepaling blijkt dus dat alle rechten van gebruik, inclusief alle secundaire rechten, die van toepassing zijn op de diensten die zijn verricht en de rapporten die zijn opgesteld in het kader van de opdrachtovereenkomsten, vallen in het vermogen van Clingendael. Naar het oordeel van de rechtbank zijn met de woorden ‘
all rights of usage’, ofwel alle rechten van gebruik, geen auteursrechten bedoeld. Auteursrechten zijn (intellectuele) eigendomsrechten en geen gebruiksrechten (dat wil zeggen: rechten om van een goed of een zaak van een ander gebruik te maken). Een omstandigheid die de rechtbank hierbij betrekt is dat het hier gaat om een overeenkomst tussen professionele partijen, waarbij uit de uitlatingen van Clingendael tijdens de mondelinge behandeling volgt dat zij veelvuldig dit soort overeenkomsten sluit. Ook met de woorden ‘
all secondary rights’, ofwel alle secundaire rechten, zijn naar het oordeel van de rechtbank geen auteursrechten bedoeld. Uit het daaraan voorafgaande woord ‘
including’, ofwel inclusief, blijkt dat met secundaire rechten ook gebruiksrechten bedoeld zijn. De uitleg die Clingendael aan deze bepaling geeft, namelijk dat bedoeld zou zijn om alle rechten over te dragen en dus ook (intellectuele) eigendomsrechten, wijst de rechtbank van de hand. Dit volgt niet uit de tekst van de opdrachtovereenkomsten. Clingendael heeft – tegenover de gemotiveerde betwisting door [eiser] – geen stukken overgelegd of anderszins voldoende gemotiveerd omstandigheden gesteld die een dergelijke, van de tekst afwijkende, uitleg kunnen onderbouwen.
The Contractor agrees not to use the reports for other purposes or publish the study either in hardcopy or electronic form without written authorisation from the Clingendael Institute.’ Ook op deze bepaling heeft Clingendael zich beroepen ter onderbouwing van het standpunt dat een overdracht van auteursrechten heeft plaatsgevonden. Uit de geciteerde tekst volgt een (verbintenisrechtelijke) verplichting voor [eiser] om de rapporten niet voor andere doeleinden te gebruiken, of om de rapporten te publiceren, zonder toestemming van Clingendael. Deze zin gaat niet over de overdracht van auteursrechten. Bij dit oordeel heeft de rechtbank ook de context betrokken waarin deze bepaling is opgenomen. In het eerste lid van artikel 9 zijn Pro gebruiksrechten verleend (zie hiervoor in 4.8). In het verlengde daarvan komt een bepaling zoals het tweede lid, waarin degene die dergelijke rechten verleent zich verbindt om de bevoegdheid niet zelf uit te oefenen, niet onlogisch voor.
to sustain a network of local consultants’. Het bedrag was dus bedoeld voor het onderhouden van (‘
to sustain’) een netwerk; hieruit volgt geen verplichting tot introductie van Clingendael in dat netwerk bij beëindiging van de samenwerking. Aangezien het bedrag van € 11.000,- miste in het betaalschema van bijlage 2 bij de originele opdrachtovereenkomst 2023 is het addendum opgesteld. Dit addendum veranderde dus niets aan de verplichtingen van [eiser] onder de opdrachtovereenkomst 2023.
gefinancierde informatieniet mag worden aangewend voor andere doeleinden dan de overeengekomen werkzaamheden. Er staat dat Clingendael zich het recht heeft voorbehouden om de bijdrage van [eiser] te verlagen of overmakingen definitief stop te zetten als blijkt dat
de geldenniet worden of zijn gebruikt voor de doeleinden waarvoor Clingendael deze ter beschikking heeft gesteld (‘
if it emerges that the funds are not being used or have not been used for the purposes for which the Clingendael Institute has made them available’). Dat [eiser] enige onder de opdrachtovereenkomsten ontvangen gelden niet heeft gebruikt voor de doeleinden waarvoor Clingendael ze ter beschikking heeft gesteld, is door Clingendael niet gesteld en de rechtbank ook overigens niet gebleken.
€ 7.000,- te weigeren. Omdat onbetwist is dat [eiser] de werkzaamheden in het kader van de vierde mijlpaal van het betaalschema zoals opgenomen in bijlage 2 van de opdrachtovereenkomst 2024 heeft uitgevoerd, is Clingendael verplicht het bedrag van
€ 7.000,- dat hoort bij die mijlpaal te betalen. De rechtbank zal de vordering van [eiser] daartoe (vordering III in conventie) toewijzen.
claim repayment of all or part of the funds transferred’), indien blijkt dat [eiser] zijn contractuele verplichtingen niet is nagekomen of indien hij de door Clingendael beschikbaar gestelde gelden aanwent voor andere doeleinden dan waarvoor deze gelden zijn bedoeld. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat [eiser] geen verplichting onder de opdrachtovereenkomsten heeft geschonden door Clingendael niet te introduceren in zijn netwerk bij de beëindiging van de samenwerking tussen partijen (zie 4.29 hiervoor) en dat [eiser] artikel 9 niet Pro heeft geschonden door het gebruikmaken van vermeend aan Clingendael toebehorende gegevens voor het KAS-rapport (zie 4.31 hiervoor). Tot slot is niet gebleken dat [eiser] enige onder de opdrachtovereenkomsten ontvangen gelden heeft gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor Clingendael deze ter beschikking heeft gesteld (zie 4.32 hiervoor). Clingendael komt dus geen beroep toe op artikel 5 van Pro de opdrachtovereenkomsten om terugbetaling te vorderen van de totale aan [eiser] betaalde vergoeding in het kader van de opdrachtovereenkomsten.
€ 22.061,72 (plus eventueel de verhoging van de nakosten zoals vermeld in de beslissing).
5. De beslissing