Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende man, diende op 16 januari 2022 een asielaanvraag in Nederland in, stellende dat hij vanwege een fatwa tegen hem niet veilig terug kan keren. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 29 oktober 2025 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser geen schriftelijke fatwa kon overleggen en zijn verklaringen als inconsequent en tegenstrijdig werden beoordeeld.
Eiser voerde in beroep aan dat de verzwaarde bewijslast uit de WI 2024/6 onredelijk is en dat het niet altijd mogelijk is om asielmotieven met documenten te staven. Hij verwees naar medische omstandigheden en een Medifirst-advies dat zijn moeite met het plaatsen van exacte data verklaart. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de geloofwaardigheid van het asielrelaas heeft beoordeeld en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd.
De rechtbank stelde vast dat tegenstrijdigheden in de verklaringen over het moment en de inhoud van de fatwa niet zijn weggenomen, ondanks nadere gehoorzittingen. Ook werd het aanmeldgehoor niet bedoeld om asielmotieven te beoordelen, waardoor tegenstrijdigheden daaruit niet mochten worden meegewogen. De rechtbank passeerde dit gebrek echter omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ter hoogte van €1868,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.