ECLI:NL:RBDHA:2025:9140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.E.M. Wilbers - Taselaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije op grond van Dublinverordening
Eiser diende meerdere asielaanvragen in Nederland in, waarvan de laatste op 21 januari 2025. Nederland stelde de aanvraag buiten behandeling omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, gezien eerdere bescherming die eiser daar genoot. Eiser betoogde dat de Dublinverordening niet toepasbaar is en dat bijzondere omstandigheden, zoals het belang van zijn minderjarige kind en tekortkomingen in Bulgarije, een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de claimtermijn correct is toegepast en dat de Dublinverordening ruim moet worden uitgelegd om forum shopping te voorkomen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij verweerder mag aannemen dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op onrechtmatige behandeling.
Ook het beroep op artikel 16 Dublinverordening Pro vanwege gezinsafhankelijkheid faalt, omdat de relatie met zijn partner in Nederland is ontstaan. Het belang van het kind weegt niet zwaarder dan de Dublinverordening en verweerder heeft dit voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.