ECLI:NL:RBDHA:2025:9001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en opvangsituatie België
De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2025 de beroepen van een gezin tegen besluiten van de minister afgewezen waarin de asielaanvragen niet in behandeling werden genomen. De minister beriep zich op de Dublinverordening en stelde dat België verantwoordelijk is voor de asielaanvragen. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België nog steeds geldt, ondanks de door eisers aangevoerde tekortkomingen in de opvangsituatie.
Eisers stelden dat zij bij overdracht aan België risico lopen op schending van hun rechten, onder meer door mogelijke scheiding van het gezin en ontoereikende opvang. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de EU, die een hoge drempel stellen voor het doorbreken van het vertrouwensbeginsel. De rechtbank vond dat eisers niet aannemelijk hadden gemaakt dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die overdracht aan België onaanvaardbaar maken.
Ook de door eisers ingeroepen artikelen van de Dublinverordening, waaronder artikel 17, boden geen grond om het besluit te vernietigen. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvragen niet in behandeling heeft genomen en dat overdracht aan België mogelijk is. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen mogen worden overgedragen aan België.