ECLI:NL:RBDHA:2025:7804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger militair invaliditeitspensioen na rugklachten en spondylodese
Eiser was militair bij Defensie en liep tijdens een training in 1988 een rugblessure op die leidde tot een spondylodese in 1993. Na een periode van relatieve stabiliteit namen zijn rugklachten vanaf 2018 toe, waarna hij in 2022 een verzoek indiende voor een hoger militair invaliditeitspensioen (MIP).
Verweerder wees het verzoek aanvankelijk af op basis van een verzekeringskundig onderzoek en een orthopedisch advies. Na bezwaar verhoogde verweerder het invaliditeitspercentage met terugwerkende kracht naar 15%, gebaseerd op een second opinion die een gedeeltelijke relatie tussen de klachten en het dienstongeval aannam.
Eiser betoogde dat het invaliditeitspercentage te laag was en stelde een hoger percentage van 30% voor, onderbouwd met een medisch rapport dat meerdere WPC-schaalnummers toepaste. Verweerder handhaafde echter het percentage van 15%, omdat binnen de WPC-systematiek geen optelsom van meerdere nummers mogelijk is en het gekozen nummer het beste aansloot bij de situatie van eiser.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op goede gronden tot het invaliditeitspercentage van 15% is gekomen, dat dit percentage passend is gelet op de beperkingen in het dagelijks functioneren en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het invaliditeitspercentage van 15% blijft van kracht.