ECLI:NL:CRVB:2016:2651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning militair invaliditeitspensioen met 30% waardering volgens WPC-schaal
Appellant, voormalig militair, vroeg om een invaliditeitspensioen vanwege beperkingen aan beide heupen. De minister kende hem een invaliditeitspensioen toe van 25%, later verhoogd naar 30% na bezwaar, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig rapport en toepassing van de WPC-schaal.
Appellant voerde aan dat de WPC-schaal niet geschikt is voor zijn specifieke heupproblemen, omdat deze alleen buig- en strekbewegingen meet en niet rotatiebeperkingen. Hij bracht een orthopedisch rapport in dat een invaliditeitspercentage van 38% volgens AMA-guides adviseerde.
De Raad oordeelde dat de WPC-schaal slechts een richtlijn is en dat de minister de codes partieel en vergelijkenderwijs mag toepassen. De medische grondslag was zorgvuldig en de adviezen van de verzekeringsarts vertaalden rotatiebeperkingen adequaat naar de WPC-codes. De Raad vond geen reden om de waardering van 30% te onderschatten, mede omdat een mogelijke chirurgische ingreep verbetering kan brengen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspercentage van 30% volgens de WPC-schaal en verklaart het hoger beroep ongegrond.