ECLI:NL:RBDHA:2025:7722

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2025
Publicatiedatum
6 mei 2025
Zaaknummer
NL25.19990
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 Vw
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 6 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel getoetst vanaf 19 maart 2025, het moment waarop de eerdere rechtmatigheidstoets eindigde. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting en dat de lange duur van de bezwaarprocedure tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning meegewogen moet worden.

De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onder meer door regelmatig contact met de Marokkaanse autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De verblijfsrechtelijke procedure valt niet onder de beoordeling van de bewaringsrechter. Er zijn geen overige feiten die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken.

Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.19990

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 januari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 6 mei 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1988 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [2] Uit de uitspraak van 21 maart 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 19 maart 2025, rechtmatig was. Daarom ziet de beoordeling nu op het voortduren van de
maatregel van bewaring sinds 19 maart 2025.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. Verweerder heeft nog niet beslist op het bezwaar van eiser tegen de intrekking van zijn reguliere verblijfsvergunning, ondanks dat de beslistermijn al ruimschoots is overschreden. De bezwaarprocedure raakt de maatregel van bewaring, nu eiser bij een gegrond bezwaar rechtmatig verblijf zal hebben. Dat verweerder eiser onnodig lang in onzekerheid laat over zijn verblijfsrecht in Nederland dient daarnaast te worden meegewogen in de belangenafweging. Het belang van eiser bij invrijheidsstelling dient te prevaleren boven het belang van verweerder.
5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De bewaring is gelast op grondslag van het ontbreken van rechtmatig verblijf en de aanwezigheid van een onttrekkingsrisico. Verweerder moet gelet hierop voldoende voortvarend werken aan de uitzetting van eiser. Niet is gebleken dat het daaraan schort. Verweerder is nog in afwachting van de afgifte van een laissez-passer aan eiser en rappelleert daarover regelmatig bij de Marokkaanse autoriteiten. Ook vinden er geregeld vertrekgesprekken plaats. De vraag of de parallelle verblijfsrechtelijke procedure voldoende voortvarend wordt afgehandeld door verweerder is niet aan de bewaringsrechter.
6. Er is in zoverre ook geen aanleiding voor de door eiser bepleite belangenafweging. Niet is gebleken van overige feiten of omstandigheden die aanleiding zouden moeten zijn om de bewaring op te heffen.
7. De rechtbank ziet ook overigens geen aanleiding voor het oordeel dat het
voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 6 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Uitspraken van 20 januari 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:614) en 21 maart 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:4661).