ECLI:NL:RBDHA:2025:7490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting en verklaart het kennelijk ongegrond.
De minister heeft op 11 maart 2025 het besluit genomen na een verzoek tot terugname bij Duitsland, dat op 22 januari 2025 is aanvaard. Eiser stelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat Duitsland de asielprocedure niet correct uitvoert, onder meer vanwege het ontbreken van rechtsbijstand en financiële middelen om te klagen.
De rechtbank oordeelt dat het standaard voornemen van de minister voldoet aan de vereisten en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook is geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.