Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer 1], eiser
Procesverloop
Overwegingen
.Voorts is er volgens eisers wel sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen hun en referent. In een normale situatie zou referent werken of studeren, een eigen gezin stichten en zich niet hoeven te bekommeren om het welzijn van eisers. Referent en eisers hebben echter traumatische jaren moeten doormaken voor een gedwongen vertrek van referent. Referent heeft vervolgens in Turkije getracht eisers waar mogelijk financieel te ondersteunen. Er is nog altijd vele malen op een dag contact. Het overstijgt volgens eisers het normale wanneer referent eisers financieel dient te ondersteunen, referent tot 25 keer per dag contact heeft met eiseres I vanwege de zorgen die referent over eisers heeft en wanneer het normale dagelijks leven door het ontbreken van gezinsleden wordt gefrustreerd. Er is derhalve sprake van financiële en emotionele afhankelijkheid tussen eisers en referent.
ex tunc-toetsing). Als sprake is van een nareissituatie zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Vw [7] wordt hiervan afgeweken. Dan wordt er gekeken naar het moment van binnenkomst van de referent in Nederland. Deze uitzondering doet zich in deze zaak niet voor, nu er geen sprake is van een nareissituatie. Bovendien heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat alle relevante feiten en omstandigheden in het geval van eisers en referent zijn betrokken bij zijn beoordeling. Zo heeft verweerder in het bestreden besluit de tijdens de hoorzitting van 14 augustus 2024 verschafte informatie betrokken.
Het is vaste rechtspraak van het EHRM [10] dat pas kan worden gesproken van een door artikel 8 van Pro het EVRM beschermd gezinsleven tussen ouders en hun meerderjarige kinderen en meerderjarige broers en zussen, als sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie; er moet sprake zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid. [11] Uit de rechtspraak volgt ook dat de vraag of sprake is van beschermd gezinsleven van feitelijke aard is, en afhankelijk is van het daadwerkelijk bestaan van hechte, persoonlijke banden. Hierbij kan onder meer relevant zijn: de eventuele samenwoning, de mate van financiële afhankelijkheid, de mate van emotionele afhankelijkheid, de gezondheid van de betrokkenen en de banden met het land van herkomst.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814 (achttienhonderdveertien euro).