ECLI:NL:RBDHA:2025:6475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse onderdaan wegens mvv-vereiste
Eiser, een Turkse onderdaan, diende op 16 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af op 1 februari 2024 omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet van het mvv-vereiste was vrijgesteld. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd op 27 februari 2025 eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, tegen het bestreden besluit. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten. De kern van het geschil betrof de vraag of het mvv-vereiste tegen eiser kon worden toegepast, gelet op het Turks associatierecht.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van 1 november 2024 en 9 april 2025 waarin het mvv-vereiste voor Turkse zelfstandigen werd bevestigd. Omdat de beroepsgronden van eiser overeenkwamen met die eerdere zaken, oordeelde de rechtbank dat er geen reden was af te wijken van deze jurisprudentie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de aanvraag in stand bleef. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.