ECLI:NL:RBDHA:2025:6471
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens mvv-vereiste bij Turkse onderdaan
Eiseres, een Turkse onderdaan, diende op 6 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af op 19 oktober 2023 omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en geen vrijstelling van het mvv-vereiste gold. Het bezwaar van eiseres werd bij besluit van 26 november 2024 eveneens afgewezen.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing en voerde aan dat het mvv-vereiste niet tegen haar mocht worden toegepast vanwege het Turks associatierecht. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken van 1 november 2024 en 9 april 2025 waarin het mvv-vereiste bij Turkse zelfstandigen werd bevestigd en het beroep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de beroepsgronden van eiseres overeenkomen met eerdere zaken en dat er geen aanleiding is af te wijken van de eerdere jurisprudentie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard.