ECLI:NL:RVS:2025:3330
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 19 oktober 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, dat op 26 november 2024 door de minister ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank, dat op 16 april 2025 ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De griffier wees verzoeker op 8 mei 2025 erop dat griffierecht betaald moest worden vóór 15 mei 2025. Verzoeker betaalde het griffierecht niet tijdig en gaf op 19 mei 2025 een beroep op betalingsonmacht aan, maar leverde de benodigde stukken niet tijdig aan. Hierdoor werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet betalen van griffierecht zonder tijdige onderbouwing leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 21 juli 2025 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.