ECLI:NL:RBDHA:2025:5843
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht aan Polen in vreemdelingenzaak
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen hun voorgenomen overdracht aan Polen en verzocht om een voorlopige voorziening om deze overdracht te verbieden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de mededeling over de overdracht gelijkstaat aan een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Verzoekers hadden eerder geen beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn, waardoor deze verlenging als rechtmatig wordt beschouwd.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij buiten hun schuld om niet op de geplande datum konden worden overgedragen. De situatie ten tijde van de overdracht wijkt niet af van die bij het overdrachtsbesluit, en Polen blijft de verantwoordelijke lidstaat voor de asielaanvragen.
Daarom heeft het bezwaar tegen de overdracht geen redelijke kans van slagen en worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is zonder zitting gedaan en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Polen wordt afgewezen.