Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Overwegingen
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Verder heeft eiser de gronden die aan het terugkeerbesluit ten grondslag liggen, niet betwist. Op basis van deze gronden kon worden aangenomen dat een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Verweerder kon daarom besluiten eiser een vertrektermijn te onthouden.
Inreisverbod
13. Nu aan eiser een vertrektermijn is onthouden, volgt uit de wet dat verweerder in beginsel gehouden is om een inreisverbod uit te vaardigen tegen eiser. [16] Het enkele feit dat eiser stelt dat hij een relatie heeft met een vrouw die (legaal) in Portugal verblijft, maakt niet dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM. Voor zover eiser in verband met dit gestelde familieleven toegang tot en verblijf in Portugal wenst, dient hij daarvoor een aanvraag te doen bij de Portugese autoriteiten, zodat zij dit kunnen onderzoeken. De Portugese autoriteiten kunnen vervolgens aan de Nederlandse autoriteiten verzoeken om het inreisverbod op te heffen. Verweerder heeft in de individuele omstandigheden van eiser dan ook geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het uitvaardigen van het inreisverbod of om de duur daarvan te verkorten. De conclusie is dat verweerder terecht een inreisverbod tegen eiser heeft uitgevaardigd.
Het beroep is ongegrond.