ECLI:NL:RVS:2012:BY2816
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en toetsing artikel 8 EVRM niet vereist
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een terugkeerbesluit van de minister voor Immigratie en Asiel, waarbij de vreemdeling betoogde dat voorafgaand aan het terugkeerbesluit een toetsing aan artikel 8 van Pro het EVRM had moeten plaatsvinden. De Raad van State oordeelt dat de Terugkeerrichtlijn bepaalt dat de minister alleen hoeft te onderzoeken of de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft en of er een vertrekverplichting bestaat.
De vreemdeling had geen aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend en verbleef onrechtmatig in Nederland. De Raad stelt dat de minister bij het opleggen van het terugkeerbesluit niet verplicht is een belangenafweging te maken op grond van artikel 8 EVRM Pro. Wel moet de minister bij het bepalen van een termijn voor vrijwillig vertrek rekening houden met het familie- en gezinsleven, maar een verblijfsvergunning kan alleen via een aparte aanvraagprocedure worden beoordeeld.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro vereist is bij het nemen van het terugkeerbesluit en verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met enige verbetering van de motieven. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het terugkeerbesluit bevestigd zonder toetsing aan artikel 8 EVRM.