ECLI:NL:RBDHA:2025:5058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 oktober 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, met een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot het sluiten van het onderzoek op 16 januari 2025.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds dat moment nog rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is en dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, mede gezien zijn medische toestand en het feit dat een geplande vlucht op 14 maart 2025 werd geannuleerd vanwege zijn gedragingen. De rechtbank oordeelt echter dat de minister op basis van het vertrekgesprek en medische rapportages terecht heeft ingeschat dat eiser zonder escorts kon vliegen en dat na het niet instappen direct een nieuwe vlucht met medische en Marechaussee-escorts is geregeld.
Daarnaast heeft eiser zelf verklaard niet mee te willen werken omdat hij naar Londen wil. De rechtbank acht de voortvarendheid van de minister voldoende en concludeert dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, met een nieuwe vlucht gepland op 8 april 2025. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.