ECLI:NL:RBDHA:2025:4983
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van 18 februari 2025 waarbij de minister de asielaanvraag niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat het standaard voornemen onzorgvuldig is en dat zijn persoonlijke situatie onvoldoende is meegewogen, waaronder zijn psychische toestand en onveiligheidsgevoelens in de opvang. De rechtbank oordeelt dat het voornemen voldoet aan de vereisten en dat eiser de mogelijkheid had om een zienswijze in te dienen, wat hij niet heeft gedaan.
Verder stelt eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland niet van toepassing is vanwege incidenten en nieuwe wetgeving, en vreest hij indirect refoulement. De rechtbank bevestigt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij sprake is van structurele tekortkomingen die een hoog drempelniveau bereiken, wat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt.
Ten slotte voert eiser aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek niet op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan Nederland is toegekend. De rechtbank vindt dat de minister terecht terughoudend is en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom zijn situatie een uitzondering rechtvaardigt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Duitsland toegestaan.