ECLI:NL:RBDHA:2025:4976
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de minister Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiseres stelde dat zij in Bulgarije slechte opvangomstandigheden heeft ervaren, waaronder discriminatie en geweld, en dat zij als alleenstaande vrouw bijzonder kwetsbaar is. Zij voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden vanwege structurele tekortkomingen in het Bulgaarse asiel- en opvangsysteem en het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De persoonlijke ervaringen en aangeleverde videobeelden van eiseres veranderen dit oordeel niet. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook is niet gebleken dat zij geen effectief rechtsmiddel heeft in Bulgarije.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de aanvraag niet aan zich heeft getrokken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand, waardoor eiseres zal worden overgedragen aan Bulgarije.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.