Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, werd op 11 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De maatregel was gebaseerd op zowel zware als lichte gronden, waaronder het risico op onderduiken en een geplande overdracht aan België. Verweerder heeft de bewaring op 18 maart 2025 opgeheven door overdracht van eiser aan de Belgische autoriteiten.
Eiser stelde dat verweerder niet voldeed aan de informatieplicht, omdat het document M113, dat de opheffing van de bewaring bevestigt, niet aan het digitale dossier was toegevoegd en niet aan hem was uitgereikt. De rechtbank oordeelt echter dat dit geen schending van belangen oplevert en dat de bewaring tijdig en rechtmatig is beëindigd.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er geen onrechtmatigheden zijn vastgesteld in de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.