ECLI:NL:RVS:2024:1673
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens onrechtmatigheid en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 maart 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de staatssecretaris aan de vereisten van paragraaf A3/6.3 van de Vreemdelingenwet had voldaan. Met name ontbrak het dossierstuk over de correspondentie met het Openbaar Ministerie over de uitzetting, waardoor niet kon worden vastgesteld of op 26 maart 2024 zicht op uitzetting bestond. Dit maakte de bewaring vanaf die datum onrechtmatig.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €400 toegekend over de periode 26 tot en met 29 maart 2024. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €2.625, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig vanaf 26 maart 2024 en er is een schadevergoeding van €400 toegekend.