ECLI:NL:RBDHA:2025:4876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 10 januari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Gambiaanse nationaliteit is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 21 maart 2025 behandeld via telehoren.
De rechtbank toetst alleen het voortduren van de maatregel vanaf 24 januari 2025, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek waarin de maatregel rechtmatig werd bevonden. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend is omdat het rappel op de laissez-passer-aanvraag pas op 6 maart 2025 plaatsvond, terwijl dit eerder had moeten gebeuren.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend handelt. Naast het rappel op 6 maart 2025 zijn er op 7 en 27 februari 2025 vertrekgesprekken gevoerd met eiser, die ook als uitzettingshandelingen gelden. Er is voldoende zicht op uitzetting naar Gambia, mede omdat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting en herhaaldelijk aangeeft niet terug te willen keren.
De rechtbank ziet geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.