ECLI:NL:RBDHA:2025:4079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, werd op 12 oktober 2024 illegaal via Spanje binnen de EU gereisd en vroeg asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij in Spanje mensonterend werd behandeld, zonder tolk zat en onterecht werd gedetineerd, en dat Nederland op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvraag aan zich had moeten trekken. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht uitging van de verantwoordelijkheid van Spanje en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.