ECLI:NL:RBDHA:2025:3833
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens onderduiken
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn aan Duitsland in het kader van de Dublinverordening te verlengen tot achttien maanden vanwege vermeend onderduiken.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 16 en 18 december 2024 niet aanwezig was op de opvanglocatie en niet voldeed aan zijn meldplicht, ondanks dat hij op 17 december 2024 en zijn gemachtigde op de hoogte waren gesteld van de geplande overdracht op 20 december 2024. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hij zich tijdig had afgemeld, en zijn stelling dat hij ziek was en bij familie verbleef is niet voldoende om onderduiken uit te sluiten.
De rechtbank volgt de jurisprudentie dat bij het verlaten van de woonplaats zonder kennisgeving aan de autoriteiten mag worden aangenomen dat onderduiken bedoeld is om overdracht te voorkomen, tenzij de vreemdeling het tegendeel aannemelijk maakt. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet onderdook, is het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken wordt ongegrond verklaard.