ECLI:NL:RVS:2024:1077
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verlenging overdrachtstermijn vreemdeling aan Oostenrijk
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verlengde op 2 mei 2023 de termijn voor de overdracht van een vreemdeling aan Oostenrijk met achttien maanden, nadat de vreemdeling niet aan zijn meldplicht had voldaan en was ondergedoken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging gegrond en vernietigde het besluit.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdeling niet ondergedoken was. Uit eerdere jurisprudentie volgt dat onderduiken betekent dat een vreemdeling doelbewust buiten het bereik van de nationale autoriteiten blijft om overdracht te voorkomen. De vreemdeling had de opvanglocatie verlaten zonder dit te melden en voldeed niet aan zijn meldplicht, waardoor de staatssecretaris terecht de verlenging van de overdrachtstermijn heeft vastgesteld.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling wordt alsnog ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.