ECLI:NL:RBDHA:2025:27195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf wegens twijfel over tijdige terugkeer naar Marokko
Eiseres heeft een visum kort verblijf aangevraagd om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko en redelijke twijfel over haar terugkeerintentie.
De rechtbank overweegt dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft bij het toetsen van de visumaanvraag en dat de weigeringsgronden van artikel 32 van Pro de Visumcode afzonderlijk voldoende zijn voor afwijzing. Eiseres voerde aan dat zij een sterke sociale en economische binding met Marokko heeft en dat haar aanvraag te streng werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelt echter dat de minister terecht twijfelt aan de binding van eiseres met Marokko, mede omdat haar echtgenoot in Nederland woont, zij geen gezin in Marokko heeft en onvoldoende bewijs leverde dat haar zwager de zorg voor haar schoonmoeder niet kan overnemen. Ook haar economische binding is gering, aangezien zij geen betaald werk heeft en financiële steun van haar echtgenoot niet aan Marokko bindt.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van een hoorzitting in bezwaar, omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die tot een ander besluit zouden kunnen leiden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van het visum blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.