Eisers dienden een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering van hun woning door de realisatie van het winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands. Het college wees deze aanvraag af op basis van een rapport van de Johan van Oldenbarnevelt Stichting (JvOS), dat concludeerde dat de waardevermindering niet boven het normaal maatschappelijk risico uitkwam.
Eisers voerden aan dat de toename van verkeersintensiteit onvoldoende was betrokken bij de planvergelijking en dat het planschaderapport onvoldoende inzicht gaf in de mate van planologische verslechtering per schadefactor. De rechtbank oordeelde dat het college zich baseerde op verouderde verkeersgegevens en onjuiste aannames over normalisering van verkeersoverlast, waardoor het besluit onzorgvuldig was voorbereid.
Daarnaast was het rapport van de JvOS onvoldoende gemotiveerd omdat het niet duidelijk maakte hoe de verschillende schadefactoren bijdroegen aan de waardevermindering. De rechtbank stelde vast dat de ontwikkeling wel binnen het langdurig gevoerde ruimtelijke beleid past, waardoor de drempel voor normaal maatschappelijk risico terecht op vijf procent werd gesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.