ECLI:NL:RVS:2022:251
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hogere tegemoetkoming planschade door bestemmingsplan bedrijventerrein Florapark Asten
Appellant was eigenaar van een perceel met woonboerderij te Asten en vorderde een tegemoetkoming in planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Florapark Asten 2013". Dit bestemmingsplan wijzigde de bestemming van gronden ten noorden van het perceel van agrarisch naar bedrijventerrein, wat volgens appellant tot een aanzienlijke waardedaling leidde.
Het college kende aanvankelijk een tegemoetkoming van € 22.750 toe, later verhoogd tot € 32.750 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de deskundige SAOZ niet onafhankelijk was, dat een bezonningsonderzoek ontbrak, dat de taxatie onvoldoende zorgvuldig was en dat het normaal maatschappelijk risico onjuist was vastgesteld.
De Afdeling oordeelde dat de SAOZ als onafhankelijke deskundige mocht worden beschouwd en dat de bezonningssituatie en taxatie adequaat waren beoordeeld. Wel stelde de Afdeling vast dat het normaal maatschappelijk risico te hoog was vastgesteld op 3%, terwijl 2% passend was gezien de ruimtelijke structuur en het gevoerde beleid.
Daarom vernietigde de Afdeling het besluit van 4 juli 2019 en stelde zij de tegemoetkoming vast op € 38.500. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op € 38.500 en het eerdere besluit vernietigd.