ECLI:NL:RBDHA:2025:2545
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren maatregel bewaring tijdens beroep asielprocedure
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is op 6 november 2024 in bewaring gesteld en zijn asielaanvraag is op 12 december 2024 afgewezen. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring vanaf 18 november 2024, het moment van sluiten van het eerdere onderzoek.
Eiser voerde aan dat hij gedurende het beroep rechtmatig verblijf had en dat de minister onrechtmatig contact had gelegd met Nigeriaanse autoriteiten, wat de bewaring onrechtmatig zou maken. De minister stelde dat uitzettingshandelingen toegestaan zijn en verwees naar nationaal beleid en wetgeving.
De rechtbank oordeelde dat uit het arrest Gnandi volgt dat gedurende het beroep uitzettingshandelingen die de effectiviteit van het rechtsmiddel aantasten verboden zijn. Het contact met Nigeriaanse autoriteiten was daarom onrechtmatig, maar dit maakte de bewaring zelf niet onrechtmatig. Eiser kan schending van het non-refoulement-beginsel in de asielprocedure aanvoeren.
Verder stelde de rechtbank vast dat het rechtmatig verblijf van eiser eindigde op 12 februari 2025, maar dat de minister tijdig de grondslag van de bewaring moest wijzigen, wat nog niet was gebleken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.