ECLI:NL:RBDHA:2025:25131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging en oplegging dwangsommen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank toetst de aanvraag aan het recht dat gold bij ontvangst en stelt vast dat de beslistermijn van artikel 2u Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken, namelijk acht weken, met mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Verweerder heeft de ontvangst van de aanvraag bevestigd maar nog niet inhoudelijk beslist. De rechtbank stelt vast dat verweerder in gebreke is en legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000. De totale verbeurde dwangsommen bedragen €1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €453,50. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken een besluit nemen en wordt veroordeeld tot betaling van dwangsommen, griffierecht en proceskosten.