Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, had beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 4 november 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel vanaf 17 november 2025, het moment van sluiting van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting naar Algerije bestond, omdat de Algerijnse autoriteiten niet reageerden op rappellen na de verzending van een laissez-passer-aanvraag op 11 november 2025. De rechtbank stelde echter vast dat in het algemeen zicht op uitzetting naar Algerije wordt aangenomen en dat ook voor eiser geen omstandigheden waren die dit anders maakten. De aanvraag was nog in behandeling en er was geen aanwijzing dat de Algerijnse autoriteiten niet zouden meewerken.
Daarnaast werd meegewogen dat eiser verplicht is volledig mee te werken aan zijn uitzetting en het laissez-passer-traject, waarvan geen bewijs was geleverd dat hij dit niet deed. De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.