Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 14 november 2025 is opgelegd. Hij betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt omdat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de lp-aanvraag, waardoor geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn zou bestaan.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 25 november 2025 waarin de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden. De beoordeling richt zich nu op het voortduren van de maatregel sinds die datum. De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting naar Marokko niet ontbreekt en dat het tijdsverloop onvoldoende is om dit te concluderen. Bovendien heeft eiser niet actief meegewerkt aan zijn uitzetting, onder meer door zijn nationale identiteitskaart niet te overleggen, wat de voortgang frustreert.
Verweerder heeft meerdere uitzettingshandelingen verricht, waaronder rappels aan de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser. De rechtbank ziet dan ook geen sprake van onvoldoende voortvarendheid van verweerder. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.