ECLI:NL:RBDHA:2025:23949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor Afghaanse familieleden wegens ontbreken gezinsleven
Eisers, allen van Afghaanse nationaliteit, vroegen om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) om in Nederland te verblijven bij hun meerderjarige familielid met de Nederlandse nationaliteit. De minister wees de aanvraag af omdat geen sprake is van gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro en het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is.
De rechtbank oordeelt dat het jongvolwassenenbeleid vier cumulatieve voorwaarden kent die niet zijn vervuld: samenwonen in gezinsverband, niet zelfvoorzienend zijn, jongvolwassen zijn en geen eigen gezin hebben. De rechtbank acht de situatie van de referent, die al ruim tien jaar zelfstandig woont, werkt en studeert in Nederland, niet passend binnen dit beleid.
Verder concludeert de rechtbank dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid of hechte persoonlijke banden bestaan tussen de referent en de meerderjarige en minderjarige eisers. De situatie in Afghanistan en de afhankelijkheid van de familieleden worden onvoldoende onderbouwd om het gezinsleven aan te nemen.
Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.