Eiser, een asielzoeker met Eritrese nationaliteit, stelde bij aankomst in Nederland een geboortedatum in 2005 op, maar de IND en AVIM twijfelden aan deze leeftijd en concludeerden dat hij meerderjarig was. De minister van Asiel en Migratie verleende een verblijfsvergunning op basis van een geboortedatum in 2004, geregistreerd in Italië.
Eiser betwistte deze leeftijdsbepaling en stelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij afwijkt van de door hem opgegeven geboortedatum en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. De rechtbank oordeelde dat het besluit een motiveringsgebrek bevat en dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan, met name naar de omstandigheden van de Italiaanse registratie en de verklaringen van eiser.
De rechtbank stelde vast dat de leeftijdsschouw onvoldoende inzichtelijk en concludent was, omdat niet werd toegelicht welke gedragingen en verklaringen tot de conclusie van meerderjarigheid leidden. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de verklaring van eiser over het verhogen van zijn leeftijd in Italië om door te reizen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit voor zover het de leeftijdsbepaling betreft en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten van €1.814. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.