ECLI:NL:RBDHA:2025:22278
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek wegens beschikbaarheid en toegankelijkheid medische zorg in Irak
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de minister is afgewezen. De rechtbank toetst de afwijzing aan de hand van het BMA-advies, de toegankelijkheid van medische zorg in Irak, de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en de vraag of eiser terecht niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het deskundigenadvies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelt dat de benodigde medische zorg, inclusief behandeling van methadonverslaving, beschikbaar is in Irak en dat er geen medische noodsituatie binnen drie tot zes maanden te verwachten is. Eiser heeft onvoldoende concrete aanknopingspunten aangevoerd om dit advies te betwijfelen.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen identiteitsdocument kan verkrijgen en daardoor geen toegang heeft tot medische zorg in Irak. De minister heeft de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro deugdelijk gemotiveerd, waarbij het belang van de staat bij vertrek zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser, ondanks diens langdurige verblijf en sociale netwerk in Nederland.
Ten slotte is het horen in bezwaar terecht achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en eiser geen nieuwe feiten of argumenten heeft ingebracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het uitstel van vertrek blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het uitstel van vertrek blijft in stand.